Tuinslanghaspel kiezen: muurhaspel, slangenwagen of automatisch?

Een tuinslang die in een kluwen op het terras blijft liggen, is voor de meeste mensen de reden om een haspel te kopen. Er zijn drie hoofdtypes: de wandhaspel die je aan de gevel schroeft, de slangenwagen die je door de tuin rijdt en de automatische oprolhaspel die de slang zelf terugtrekt. Welk type bij je past, hangt af van de grootte van je tuin, de plek van de kraan en hoe vaak je de slang gebruikt. In deze gids uit onze gidsreeks lees je hoe je kiest, hoe lang en hoe dik de slang moet zijn, en hoe je de haspel de winter door helpt.

De drie types tuinslanghaspel

De wandhaspel (of muurhaspel) is een open trommel op een beugel aan de muur, meestal vlak bij de buitenkraan. Je rolt de slang met de hand op via een zwengel. De meeste wandhaspels kunnen zwenken en veel modellen til je van de beugel om ze binnen te zetten. Het bereik is de slanglengte, gerekend vanaf de muur.

De slangenwagen is een haspel op een frame met wielen en een duwbeugel. Je koppelt hem met een korte aanvoerslang aan de kraan en rijdt hem naar de plek waar je water nodig hebt, ook als je meerdere kranen hebt. De trommel is groot, vaak geschikt voor 50 meter slang, maar de wagen neemt ruimte in en moet over gras, grind of tegels kunnen rijden.

De automatische oprolhaspel heeft een gesloten behuizing met een veer. Je trekt de slang uit tot de lengte die je nodig hebt en een stopmechanisme zet hem vast; een korte ruk ontgrendelt de rem en de veer rolt de slang gelijkmatig op. Het is het gemakkelijkste type in gebruik, maar ook het zwaarste en het meest mechanische: de slang zit vast aan de haspel en is niet zomaar te vervangen. Compacte draagbare haspels voor balkon of kleine tuin zijn in de praktijk kleine wandhaspels.

Welk type past bij welke tuin of balkon?

Situatie Type Slanglengte
Balkon of dakterras Compacte draagbare haspel of kleine automatische haspel 10 tot 15 m
Kleine stadstuin, kraan aan de gevel Wandhaspel 20 m
Middelgrote tuin, dagelijks gebruik Automatische oprolhaspel of wandhaspel 25 tot 30 m
Grote tuin of tuin rondom het huis Slangenwagen 30 tot 50 m
Voor- en achtertuin met één kraan Slangenwagen, of twee wandhaspels Per zijde meten

Op een balkon is ruimte het probleem, niet de afstand: een compacte haspel met tien tot vijftien meter slang is meestal genoeg, en zonder buitenkraan gebruik je een koppelstuk voor de keuken- of badkamerkraan. In een kleine tot middelgrote tuin met de kraan aan de gevel is een wandhaspel het logische type: twintig tot dertig meter dekt vrijwel elke stadstuin. Gebruik je de slang bijna dagelijks, dan is een automatische haspel het prettigst: uittrekken, sproeien, ruk, klaar. In een grote tuin, of als je voor én achter moet sproeien met één kraan, is een slangenwagen praktischer dan vijftig meter slang achter je aan slepen.

Slanglengte kiezen: meet van de kraan tot de verste hoek

Loop met een rolmaat of met grote stappen van de kraan naar de verste plek in de tuin waar je water wilt hebben. Volg de route die de slang werkelijk zal nemen, om de border heen en langs het pad; de rechte lijn is bijna altijd korter. Tel er twee tot drie meter bij op voor bochten en de sproeier in je hand, en kies de eerstvolgende standaardlengte: 20, 25, 30 of 50 meter.

Ruim overmaat is niet handig: elke meter die je niet nodig hebt, moet je wel uittrekken en oprollen, weegt mee op de haspel en snoept druk weg aan het uiteinde. Bij een slangenwagen telt de aanvoerslang van kraan tot wagen niet mee in het bereik.

Slangdiameter en waterdruk

Tuinslangen zijn er in drie gangbare diameters: 1/2 inch (ongeveer 13 millimeter), 5/8 inch (15 millimeter) en 3/4 inch (19 millimeter). Samen met de lengte bepaalt de diameter hoeveel water er aan het uiteinde uitkomt: hoe langer en dunner de slang, hoe meer druk onderweg door wrijving verloren gaat. Een gewone huisaansluiting levert in Nederland doorgaans twee tot drie bar; dat is voor de meeste tuinen ruim genoeg.

  • 1/2 inch is de gangbare maat voor thuis: licht, soepel en passend op vrijwel elke haspel. Tot zo'n 30 meter merk je nauwelijks drukverlies.
  • 5/8 inch is de tussenmaat: iets meer water bij dezelfde druk, iets zwaarder.
  • 3/4 inch kies je voor slangen van 50 meter, voor een sproeier die veel water vraagt of bij lage waterdruk. De slang is zwaarder en stugger, heeft 3/4 inch koppelingen nodig en er passen minder meters van op dezelfde haspel.

Let daarom op de opgegeven capaciteit van de haspel: die staat meestal als een aantal meter 1/2 inch, met een lager aantal voor 3/4 inch. Bij een automatische haspel ligt de diameter vast, omdat de slang deel is van het apparaat.

Koppelingen: van kraan tot spuitpistool

Bijna alle tuinslangen werken met een kliksysteem: een kraanstuk met schroefdraad op de kraan, en op elk slanguiteinde een slangstuk dat je in het kraanstuk of in een spuitpistool klikt. Een slangstuk met waterstop sluit de slang af zodra je het pistool loskoppelt, zodat je van pistool naar sproeier kunt wisselen zonder naar de kraan te lopen. Klikkoppelingen van verschillende fabrikanten passen in de regel op elkaar; controleer dat bij twijfel.

Meet de schroefdraad van je buitenkraan voordat je een kraanstuk koopt: de meeste buitenkranen in Nederland hebben 3/4 inch (buitenmaat ongeveer 26,5 millimeter), sommige oudere of kleinere kranen 1/2 inch (ongeveer 21 millimeter). Controleer bij een automatische haspel of de vaste aansluitslang, meestal anderhalve tot twee meter, de kraan haalt vanaf de plek waar je de beugel wilt ophangen.

Vorstbestendig opbergen

Water zet uit als het bevriest: een slang waar water in staat kan scheuren, koppelingen kunnen barsten en bij een automatische haspel kan het mechanisme in de behuizing schade oplopen. Doe daarom vóór de eerste nachtvorst het volgende:

  1. Draai de buitenkraan dicht en koppel de slang los.
  2. Laat de slang leeglopen: rol hem uit op een hellend stuk of til hem stap voor stap op.
  3. Rol de slang droog en zonder knikken op.
  4. Zet de haspel in een vorstvrije ruimte zoals de schuur of de garage; een wandhaspel til je van de beugel, een slangenwagen rijd je naar binnen.
  5. Tap de buitenkraan af als dat kan: binnen de afsluiter dicht, buiten de kraan open.

Laat een slang in de winter nooit aan de kraan hangen: het water in de slang en het kraanstuk bevriest als eerste.

Onderhoud door het jaar heen

Een haspel vraagt weinig, maar een paar gewoontes verlengen de levensduur. Knijp na het sproeien het pistool nog even in met de kraan dicht, zodat de druk van de slang af is, en rol dan pas op, zonder knikken: een knik die eenmaal in de slang zit, komt er niet meer uit en wordt de plek waar de slang gaat lekken. Berg de slang buiten het seizoen uit de zon op, want uv-licht maakt de meeste slangen op den duur hard en bros. Controleer elk voorjaar de rubberen ringen in de koppelingen; een druppende koppeling is bijna altijd een versleten ring. Laat bij een automatische haspel de slang nooit vrij terugschieten; dat spaart de veer.

Heb je een vraag over je eigen situatie, bijvoorbeeld een kraan op een onhandige plek of een balkon zonder aansluiting? Stel hem via onze contactpagina; we denken graag mee.

Veelgestelde vragen

Hoe lang moet mijn tuinslang zijn?
Meet de route van de kraan tot de verste hoek van de tuin, tel twee tot drie meter op en kies de eerstvolgende standaardlengte: 20, 25, 30 of 50 meter.

Wat is het verschil tussen een wandhaspel en een automatische haspel?
Bij een wandhaspel rol je de slang met een zwengel op; een automatische haspel doet dat met een veer na een korte ruk aan de slang.

Is een slangenwagen ook geschikt voor een kleine tuin?
Het kan, maar hij staat in de weg; met de kraan aan de gevel is een wandhaspel handiger.

Past een 3/4 inch slang op een gewone haspel?
Vaak wel, maar er passen minder meters op dan van een 1/2 inch slang. De fabrikant geeft de capaciteit meestal voor beide diameters op.

Mag een tuinslanghaspel in de winter buiten blijven hangen?
Liever niet. Koppel hem los, laat de slang leeglopen en zet de haspel in een vorstvrije ruimte.